De praktijk
Als bij stap 3 het probleem concreet is geworden, dan is het eenvoudig om te bedenken of voorliggende opties onderzocht moeten en kunnen worden bij stap 4.
Gaat het om een eenvoudige handeling die gedaan moet worden? Is daar specialistische kennis voor nodig? Of kan een eenvoudig hulpmiddel van de Marskramer al een deel van de hulpvraag oplossen?
Het kan zijn dat de beperkingen complex zijn, de aard van het probleem ingewikkeld is en de omvang groot. Soms is er veel hulp nodig, of op lastige tijdstippen, of zijn de kosten hoog van wat er nodig is. Dan ben je misschien snel klaar bij stap 4. Prima. Maar ook nu is het nodig om dit wel te melden in het onderzoeksverslag.
Een beroep doen op het netwerk klinkt simpel, maar is het niet. Iedereen die weet hoe het voelt om mantelzorg te bieden, weet van de mooie maar ook van de zware momenten. Als Wmo-consulent besteed je hier aandacht aan.
Ook de eigen kracht krijgt nu (nog eens) de aandacht. Het is immers al genoemd in artikel 2.3.2 lid 4 dat we deze vragen aan de inwoner gaan stellen. Neem hier de tijd voor. Fijn als je in je introductie al duidelijk bent geweest.
Voorliggende oplossingen
Hoe concreter stap 2 en stap 3, des te logischer wordt stap 4.
Beschrijf duidelijk waarom er wel, geen of gedeeltelijk een passende oplossing is bij stap 4. De oplossing moet aanwezig zijn, beschikbaar zijn en daadwerkelijk meehelpen aan (een deel van) de oplossing.
Nog na te zoeken door Hanneke
Welke criteria hier precies gelden, wil Hanneke nog uitzoeken.
Voorbeeld voorliggende oplossing: douchekruk van de Gamma
- “Het is gelukt, mijn kleinzoon heeft een douchekruk besteld met de computer.”
- “Ik weet niet hoe ik bij de Gamma moet komen voor die douchekruk.”
- “Ik red me nu nog wel. Ik ben er niet meer mee bezig geweest.”
Hoe zeker weet je dat in situatie 2 en 3 het staan onder de douche nu wel of niet veilig is?
De inwoner ervaart beperkingen waardoor er een hulpvraag is. De hulpvraag kan niet, niet volledig of voor een deel worden opgelost door:
- eigen oplossingen of met gebruikelijke hulp;
- hulp van anderen;
- hulp van aanwezige organisaties (sociale kaart) en voorzieningen;
- gebruik te maken van hulpmiddelen of andere gebruiksgoederen;
- behandeling, coaching;
- andere voorliggende wetten of organisaties;
- en alle andere ideeën die jij en je collega's kunnen bedenken.
Zie ook bijlage 5: samenvatting voorliggende oplossingen.
Voorbeelden
Begeleiding
Gezien de aard en omvang van de beperkingen is professionele hulp nodig. In verband met de aard en omvang van de problemen is het niet reëel om te verwachten dat het netwerk op dit moment ondersteuning kan bieden. Mevrouw is nu niet in staat om haar problemen op te lossen met voorliggende voorzieningen.
Mogelijk kan met hulp van een professional in de toekomst het netwerk wel worden betrokken en ondersteuning bieden. Dit geldt ook voor het gebruikmaken van de vele activiteiten die georganiseerd worden vanuit Stichting Welzijn voor Ouderen. Met hulp van een professional kan mevrouw met deze organisatie gaan kennismaken.
Woningaanpassing
Door de beperkingen van meneer ervaart hij bij alle keukenactiviteiten problemen. Hij is niet in staat om zelf te koken voor zichzelf en zijn jonge kinderen. Voorliggende oplossingen zijn in het verleden uitgeprobeerd met de ergotherapeute. Gebruikmaken van een sta-zitkruk is door zijn lichamelijke achteruitgang niet meer mogelijk. Meneer moet zittend gaan koken.
Omdat meneer als enige in huis kan koken, is gebruikmaken van kant-en-klaarmaaltijden geen oplossing. De kosten van 7 maaltijden per week voor 3 personen zouden vele malen hoger zijn dan de kosten als er zelf gekookt wordt. Meneer heeft verteld dat hij met zijn financiële budget elke maand kan rondkomen. Deze extra kosten zou hij niet kunnen betalen.
Er zijn geen voorliggende oplossingen die adequaat en haalbaar zijn.
Vervoer
Mevrouw kan bijna alle wekelijkse en maandelijkse bestemmingen zelf bereiken. Er zijn per maand 5 bestemmingen waar zij niet meer fietsend kan komen (zie stap 3).
Mevrouw zou enkele bestemmingen kunnen bereiken met het openbaar vervoer. De bushalte is 350 meter vanaf haar woning. Op de bestemming aangekomen moet zij dan nog 225 meter lopen. Mevrouw is cognitief en fysiek in staat om het openbaar vervoer te gaan gebruiken. Ze heeft dit echter nog nooit gedaan en weet ook niet of ze het gaat uitproberen.
Ook kan mevrouw anderen die naar dezelfde bestemming gaan (verjaardagen en het voetbalveld van de kleinkinderen) vragen haar op te halen en weer thuis te brengen.
Voor incidentele ritten kan mevrouw ook tegen een aangepast tarief gebruikmaken van het collectief vervoer, zonder de Wmo-pas. De folder met informatie wordt aan haar toegestuurd.